Illegaal downloaden: een heksenjacht?

Bij de behandeling van het wetsvoorstel voor de aanpassing van de auteurswet op basis van de Europese richtlijn betreffende de harmonisatie van auteurs- en naburige rechten in het digitale tijdperk, stelde de regering zich op het standpunt dat het weliswaar de voorkeur verdient dat kopieën van muziek en film van een legale bron worden gemaakt, maar dat kopieën van muziek- en filmbestanden die zonder toestemming van de rechthebbenden worden aangeboden wel toegestaan waren. Die werden door de regering gezien als een ‘thuiskopie’ in de zin van artikel 16c van de auteurswet: een kopie die uitsluitend voor eigen oefening, studie of gebruik gemaakt mag worden. De reden hiervoor was besloten in de bezorgdheid van de Tweede Kamer dat het voor de consument moeilijk is om onderscheid te maken tussen legaal en illegaal aanbod.

NVPI was verre van gelukkig met het standpunt van de regering. De Europese richtlijn stelt immers een belangrijke voorwaarde aan het toestaan van een ‘thuiskopie’. Die luidt dat privékopieën alleen toegestaan zijn als zij gelimiteerd zijn tot uitzonderlijke gevallen, de normale exploitatie van het werk niet belemmeren en de rechthebbenden niet onredelijk benadelen. Deze voorwaarde is vervat in artikel 5, lid 5 van die richtlijn en staat bekend als de ‘drie-stappen-toets’. Het was dan ook niet verbazingwekkend dat in landen als Denemarken, Finland, Duitsland, Italië, Polen, Spanje, Zweden, Oostenrijk, Frankrijk, België en het Verenigd Koninkrijk, de implementatie van de richtlijn niet leidde tot het legaliseren van het downloaden van illegaal aanbod.

De Rechtbank in Den Haag heeft op 25 juni 2008 in een rechtszaak tussen STOBI en Thuiskopie en SONT gevonnist dat het maken van een kopie van illegaal materiaal een illegale handeling is, dat deze niet valt onder de werkingssfeer van artikel 16c van de Auteurswet en dat het standpunt van de regering dat een privékopie van een illegale bron legaal is inderdaad in strijd is met de drie-stappen-toets van artikel 5 lid 5 van de richtlijn. Gevolg van deze uitspraak is dat downloaden uit illegale bron in Nederland dus wel degelijk een inbreuk op het auteursrecht is, met alle civiele en strafrechtelijke consequenties van dien. Dat leidt automatisch tot de vraag hoe de rechthebbenden met deze inbreuken op hun rechten omgaan, zeker gezien het feit dat door het eerdere standpunt van de regering het downloaden van illegaal aanbod in Nederland volledig sociaal en maatschappelijk geaccepteerd is geraakt.
 
Voor NVPI staat bij het beantwoorden van die vraag voorop dat zij begrip heeft voor het feit dat het voor consumenten niet altijd makkelijk is om legaal aanbod te onderscheiden van illegaal aanbod. NVPI stelt zich dan ook op het standpunt dat bij het aanspreken van downloadende consumenten de uiterste terughoudendheid dient te worden betracht. Dat betekent concreet dat er geen ‘heksenjacht’ op downloadende internetters zal worden ontketend, zoals door sommigen wellicht wordt gevreesd. NVPI zal zich, middels BREIN, vooral blijven richten op het bestrijden van illegaal aanbod en degenen die dat aanbod faciliteren.

Bij die bestrijding van illegaal aanbod is het nu wel duidelijk dat de aanbieders en faciliteerders zich niet meer kunnen bedienen van het argument dat hen niets te verwijten valt omdat er sprake is van een ‘legale vraag’. Daarnaast is het mogelijk om op te treden tegen het aanprijzen en faciliteren van downloaden uit illegale bron omdat dat aanzet tot het verrichten van een illegale handeling.

Daarnaast wil NVPI constructief meedenken over een nieuw antwoord op de vraag hoe consumenten onderscheid kunnen maken tussen legaal en illegaal aanbod, nu blijkt dat het eerdere antwoord van de regering – het toestaan van downloaden uit illegale bron – niet het juiste was. Voor NVPI staat daarbij één ding duidelijk voorop, en dat is dat Internet Service Providers een sleutelrol vervullen bij het verzorgen van een veilige, legale omgeving voor hun abonnees. Het zijn bij uitstek deze bedrijven die mee kunnen helpen om de illegale markt te bestrijden door op aanwijzing van de rechthebbenden het illegale aanbod te stoppen en er op die manier zorg voor te dragen dat hun abonnees met een gerust hart kunnen genieten van het legale aanbod aan muziek en beeld dat hierdoor bovendien alleen nog maar kan groeien.