Artiesten niet beter af met louter vergoedingen
De Consumentenbond en vakbonden Ntb en FNV KIEM hebben de Tweede Kamer opgeroepen te kiezen voor een alomvattend vergoedingenstelsel en niet voor een downloadverbod. Daarbij suggereren ze dat artiesten niets zouden verdienen aan nieuwe businessmodellen. Dat is misleidend.
De verkoop aan consumenten van downloads via bijvoorbeeld iTunes of streaming via Spotify heet, net als traditionele verkopen, in auteursrechtelijke termen ‘primaire exploitatie’. Die vindt doorgaans plaats door de producent, zoals een muziekmaatschappij of filmstudio.
Muziekmaatschappijen en artiesten hebben onderling afspraken over het deel dat de artiest krijgt van de opbrengsten van de verkopen en andere vormen van primaire exploitatie (royalty percentages). Die afspraken zijn vastgelegd in het platencontract. Voor sessiemuzikanten, die eenmalig een instrument inspelen bij het tot stand brengen van de master, geldt dat zij een eenmalige vergoeding ontvangen voor het inspelen en voor hun rechten op de muzikale bijdrage. In de regel delen zij daardoor niet in de royalties voor de primaire exploitatie. Wél ontvangen zij - zoals alle artiesten - inkomsten uit de zogenaamde secundaire exploitatie: het draaien van muziek in het openbaar, uitzending via de radio en de thuiskopievergoeding.
De opbrengsten uit thuiskopie zijn echter vele malen lager dan de potentie van de digitale primaire markt. Het is daarom zeer onverstandig om de primaire markt in te ruilen voor een secundaire thuiskopievergoeding. Feitelijk zouden alleen sessiemuzikanten daar profijt van hebben, terwijl het hoofdartiesten financieel benadeelt. Vergoedingen voor artiesten moeten primair gebaseerd zijn op de vraag naar en marktwaarde van hun bijdrage - variërend van gezichtsbepalende hoofdartiesten tot sessiemuzikanten - en niet op basis van kopieergedrag. De door FNV-Kiem en Ntb vertegenwoordigde sessiemuzikanten houden uiteraard recht op inkomsten uit secundaire exploitatie en moeten goede afspraken maken voor hun studiowerk. Overigens is NVPI van mening dat de bestaande wettelijke thuiskopieregeling adequaat moet worden toegepast.
Voor Nederlandse acteurs in audiovisuele producties geldt dat zij van Norma een aandeel ontvangen van de Thuiskopievergoeding. Acteurs zouden echter ook mee moeten delen in alle opbrengsten van de primaire exploitatie volgens artikel 45d Auteurswet. Het gaat er dus om in het contract goed afspraken te maken ofwel over separate vergoedingen voor verschillende vormen van exploitatie ofwel een redelijke vergoeding ineens.
Gepubliceerd op: 25 november 2011
